Koelkast

Afgelopen zomer begon mijn koelkast ineens geluid te maken. Het begon toen het warm was. Af en toe bromde hij als een spinnende poes, maar al snel werd het als een brullende leeuw. Als we naar het journaal op de TV wilden kijken, moesten we het geluid extra hard zetten; het leek alsof de koelkast door een flinke buitenboordmotor werd aangedreven en daar kwam Filip Freriks echt niet bovenuit.

De koelkast ging er ook variabele werktijden op nahouden. Soms was ineens de melk in het koelgedeelte bevroren, terwijl de volgende dag de koelkast vol water stond en de vriezer dikke ijslagen produceerde. En een onbetrouwbare koelkast kan niet. Zeker als je Enbrel ® gebruikt, wat beslist gekoeld, maar niet bevroren bewaard moet blijven. 

Hoewel ik dacht dat we de koelkast nog niet zo lang hadden, bleek dat toch al weer ruim twaalf jaar te zijn. Tijd dus, om naar een andere uit te kijken. 

Ik houd helemaal niet van winkelen. Of ik een pak melk koop, een paar schoenen of een wasmachine: ik stel thuis het budget en de criteria vast waaraan het nieuw aan te schaffen product moet voldoen. In de winkel zoek ik het artikel dat aan mijn criteria voldoet en zo kan de aankoop binnen vijf minuten beslist zijn. Ooit was een verkoopster in een modezaak erg verbaasd dat ik maar één winterjas paste en deze meteen kocht. Ik had thuis al verzonnen dat ik een zwarte winterjas wilde hebben. In die kledingzaak hing precies de jas die ik zocht in mijn maat. Een kwestie van uit het rek halen, passen en afrekenen. Meer tijd hoef je er echt niet aan te verdoen.

Met een koelkast moet het dus ook zo kunnen. 

Nu heb je koelkasten in allerlei soorten en maten. Veel koelkast en weinig vriezer, of andersom. Gewoon in wit, of in aluminium. Dat laatste zag ik niet zo zitten, want daarop zie je altijd vegen en vingerafdrukken. Gewoon dus een koelkast zoals ik had: het liefst dezelfde uitvoering, maar wel iets groter. De Enbrel® wordt namelijk in nogal grote verpakking geleverd en neemt een hele koelkastplank in beslag, waardoor hier ernstige woningnood ontstaat. Verder nog één aanpassing: in de vriezer moet geen klepje zitten, want dat krijg je met artritisvingers niet open.

In de koelkastenwinkel stonden wel twintig exemplaren, die aan mijn eerste criteria dachten te voldoen. Toen ik naar ze toe liep kwam er meteen een verkoper op me af. Altijd gemakkelijk, want dan kun je meteen zaken doen. De verkoper begon bij iedere koelkast allerlei technische hoogstandjes op te noemen. De een had een anti-bacteriële laag, de tweede was no-frost, dus die hoefde je nooit te ontdooien. De derde had zo een mooi ijsblokjesvakje en de vierde had al deze eigenschappen allemaal in een kast verenigd.

“En zoals u ziet, alles nog mooi vormgegeven ook…” ging de verkoper enthousiast verder. “Ja”, antwoordde ik aarzelend, “allemaal wel mooi en aardig, maar hoe krijg je de koelkast open?” 

“Nou, gewoon, met de in de onderkant van de deur weggewerkte richel die als handgreep fungeert” ging hij vrolijk verder. 

Ja en dat kon ik dus niet met mijn artritishandjes. Gelukkig stonden er nog twee modellen met een flinke handgreep. Ik kreeg ze allebei gemakkelijk open. De een had heel mooie laden in de vriezer, met een weggewerkte handgreep, waar je geen artritisvinger tussen krijgt. De andere had laden met fikse handgrepen. 

Hoewel een beetje boven het budget, was de aankoop dus toch nog snel gedaan. Wat wil je, met de keuze uit één koelkasten wordt het je wel gemakkelijk gemaakt. Nu maar hopen dat er over twaalf jaar, als deze nieuwe ook aan zijn eind komt, er nog steeds koelkastbouwers zijn die aan handgrepen denken.

terug